Chips
Nieuws Wetgeving

De "Kleine restauratie": met of zonder frites?

 

De friet: een typisch Belgische nuance in de stedenbouwkundige bestemmingen Grégory Sorgeloose, medezaakvoerder van het kantoor Sorgeloose & Trice, gespecialiseerd in de overdracht van Horecazaken, werkt al 24 jaar dagelijks rond deze materie en werpt licht op een bijzonder Belgische finesse.

Hoe beïnvloedt het bakken van frieten of aanverwante producten in een friteuse de stedenbouwkundige “bestemmingen” in Brussel? Deze aanpassingsvariabele werd in het collectieve Horeca-onderbewustzijn altijd beschouwd als dé factor die administratief bepaalt of een zaak onder “kleine” of “grote” restauratie valt. Laten we eerlijk zijn: het is als de yeti – iedereen praat erover, maar niemand heeft hem ooit gezien. Net zoals een friet zonder dubbele bakbeurt.

Er was een tijd – die eigenlijk nog niet helemaal voorbij is – waarin de gemeentelijke ambtenaar tegenover u, op basis van het concept dat u beschreef, besliste tot welke gebruikscategorie uw zaak behoorde (snack, restaurant, drankgelegenheid, verbruiksruimte, enz.). En telkens weer hoorde men, stomverbaasd en lichtjes verontwaardigd, dat – oeps, mispoes – voor het openen van het Horecaproject een stedenbouwkundige vergunning nodig was om de “bestemming” van het gelijkvloers aan te passen. Hoeveel dromen zijn er zo niet teloorgegaan door een al te ijverige administratie? Was het een “op het gezicht van de klant” analyse, afhankelijk van de bui van de ambtenaar? We willen niemand met de vinger wijzen, maar één ding staat vast: elke gemeente hanteert haar eigen interpretatiekader. Want na grondige analyse blijkt dat er geen enkele wettelijke basis bestaat die deze zelfverklaarde categorieën duidelijk definieert, noch hun inclusies of exclusies.

Lees ook >  De 5 nieuwe restaurants die Brussel doen bewegen

De friet als juridische twistappel

De voorbije jaren hebben de dappersten onder ons deze arbitraire beslissingen uit een parallel universum aangevochten: waar een koude cervela tot de kleine restauratie behoort, maar een warme cervela uit de friteuse plots tot de grote restauratie wordt gerekend. Alleen in Brussel vind je zulke absurditeiten. En het Raad van State heeft dit ook meermaals erkend, onder meer in een arrest van 26 juni 2020: er bestaat géén wettelijke basis voor deze categorieën, en de eventuele overlast moet als gelijkaardig worden beschouwd. Al deze Horecazaken – of het nu een restaurant of een degustatieruimte is – zijn handelszaken waar ter plaatse drank en/of voedsel kan worden geconsumeerd. Of het nu gaat om frieten, poutine of butter chicken, uit de oven of friteuse, het is niet langer aan de ambtenaar om te bepalen tot welke rubriek het gerecht behoort. Dat onderscheid verdwijnt.

Nieuw besluit in het Brussels Gewest sinds 15 mei 2024

Laten we de creatieve gemeentelijke niveaus even overslaan en naar het hogere niveau gaan: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op 15 mei 2024 werd daar een nieuw besluit gestemd dat precies definieert welke “gebruikswijzigingen” onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning. Wat een goed idee! Alles zou voortaan dus eenvoudiger zijn? Rustig aan – we zijn nog steeds in België, het land van het compromis dat vaak leidt tot meesterwerken in regelgeving.

horeca bruxelles terrasse

Om te beginnen: gemeentelijke normen hebben een lagere juridische waarde dan gewestelijke normen en mogen daar niet van afwijken, op straffe van onwettigheid. Dat is alvast geruststellend.

De tekst, die in werking trad op 1 september 2024, kondigt een welkom briesje van verandering aan op een terrein dat voordien chaos was. Hij verduidelijkt voor wonen én handel in welke gevallen een stedenbouwkundige vergunning vereist is, en in welke niet meer. Horeca wordt daarbij expliciet, vet en onderlijnd behandeld in al zijn nuances. Dank aan de Horeca Federatie Brussel en andere organisaties voor het grijpen van dit momentum.

Toch – hoe welkom deze schoonmaak ook is – zien we nu al talloze situaties opduiken waar het alsnog dreigt vast te lopen.

De essentie

Op een kadastrale kaart zie je eerst de bestemming, zoals gedefinieerd in het gewestelijk bestemmingsplan. Binnen deze bestemmingen (zoals wonen, kantoor, groene ruimte of industriezone) vind je de functies (handel, wonen, dienstverlening, productie, collectief belang), en op het laagste niveau de gebruiken (binnen handel: broodjeszaak, frituur, winkel, bank, …).

Op dit laagste niveau is er nu verandering. Simpel gezegd: de tekst definieert voortaan voor Horeca drie hoofdcategorieën. Om daartussen te bewegen, is een stedenbouwkundige vergunning vereist. Binnen één en dezelfde categorie kan je echter wél zonder vergunning switchen – van restaurant naar snack of verbruiksruimte bijvoorbeeld.

De 3 categorieën zijn als volgt:

  1. Een handelszaak waar het mogelijk is om ter plaatse drank en/of voeding te consumeren, behalve als dit een nevenactiviteit is van de hoofdactiviteit, minder vloeroppervlakte beslaat en gesloten is na 20u.

  2. Een fastfoodzaak die hoofdzakelijk frituur-, rotisserie-, grill- en/of wafelactiviteiten uitoefent.

  3. Een nachtclub, danscafé, feestzaal, concertzaal of bioscoopcomplex.

In totaal zijn er 8 rubrieken voor handelszaken. De voorwaarden om daartoe toegang te krijgen zijn echter allesbehalve eenvoudig. Bepaalde Horecazaken vallen onder meerdere categorieën en overlappen elkaar. Zo valt een bar bijvoorbeeld onder categorie 1, maar als er versterkte muziek gespeeld wordt, ook onder categorie 3. En in de praktijk? Vereist dat dan een stedenbouwkundige vergunning?

Lees ook > “Choose Horeca” : Een campagne en een manifest om de Brusselse horeca te promoten

Een tekst die bij eerste lezing helder lijkt, maar na grondige analyse eerder vaag blijft.

Een goede raad: steek een kaarsje aan bij Sint-Rita, patrones van de hopeloze zaken – dat is misschien nog het meest doeltreffend.